Het programma voor 2026 is inmiddels samengesteld en is hier te lezen als pdf. Met wederom een interessante mix van onderwerpen in het vooruitzicht hopen wij jullie in november te kunnen verwelkomen bij de volgende editie! Heb je je nog niet aangemeld? Doe dit dan hier.
De belangrijkste onderwerpen op dinsdag 10 november 2026 zijn: Geluid: wetgeving, beleid, burgerwetenschap; Trillingen: spoortrillingen; Luchtkwaliteit; Stikstofdepositie.
De belangrijkste onderwerpen op woensdag 11 november 2026 zijn: Geluid: industrielawaai, beleving, windturbines, rekenen/modelleren, wegverkeer, luchtvaart; Trillingen; Luchtkwaliteit; Stikstofdepositie.
Eschwin Loos (Gemeente Rotterdam)
Hoe leg je de basisgeluidemissie vast in een stad met een uitgebreid wegennet, tram- en metrolijnen, havengebied, veel regiogemeenten en een grote woningbouwopgave? In deze presentatie delen we inzichten uit Rotterdam met aandacht voor het verkrijgen van bestuurlijk draagvlak, organisatie-overstijgende samenwerking, dataverzameling en -beheer en structurele inbedding van de BGE in planprocessen.
Maarten Reinders (Antea Nederland B.V.)
Op basis van ervaringen bij Friese gemeenten bespreken we het belang van betrouwbare en reproduceerbare verkeersgegevens voor de BGE, monitoring en ruimtelijke ontwikkelingen. We laten zien hoe fouten in data en uitgangspunten kunnen worden hersteld en verkennen toekomstige monitoringsmogelijkheden en bewonersparticipatie. De co-spreker van deze lezing is Rutger Verschelling (Antea Group).
Merel Cornelissen (RIVM)
Blootstelling-responsrelaties zijn belangrijk voor het Nederlandse geluidbeleid. Door vragenlijstgegevens van de GGD Gezondheidsmonitor te koppelen aan gemodelleerde geluidniveaus kan de relatie tussen blootstelling aan geluid van verschillende transportbronnen en ernstige hinder en slaapverstoring worden onderzocht. Aangezien de Gezondheidsmonitor elke vier jaar data verzameld, kunnen we blootstelling-responsrelaties tussen verschillende jaren vergelijken.
Isa Ritfeld (TNO)
Factoren zoals spooroneffenheid, draaistelslijtage en grondwaterstand beïnvloeden spoortrillingen en variëren in de tijd. In deze presentatie worden resultaten gepresenteerd van onderzoek naar deze tijdsafhankelijke effecten met het Spoor Trilling Emissie Model (STEM). De analyses zijn uitgevoerd voor locaties met een stijve en een zachte ondergrond.
Arnold Koopman (Level Acoustics & Vibration)
STEM is ontwikkeld voor zware rail en het is niet evident dat ze meteen ook geschikt is voor stedelijk spoor. Daar is sprake van veel wisselingen in de bovenbouwconstructie, complexe wagon- en draaistelcombinaties, op de flens berijden van kruisstukken, lage snelheden maar hoge trillingsfrequenties, etc. Een casestudie verkende, en verlegde, de grenzen.
Henry Wiliams (Cauberg Huygen)
Bouwen op korte afstand van het spoor kent uitdagingen. Trillingen door treinen zijn zo’n uitdaging. De nieuwe ‘Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen’ van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat uit juli 2026 biedt antwoorden. Onze presentatie neemt je in vogelvlucht mee door de handreiking en wijst je op de belangrijkste punten.
Freek Kortekaas (Tauw bv)
Nieuwe metingen aan mobiele werktuigen tonen veel lagere NOx-emissies aan dan eerder werd berekend. Op basis hiervan zijn de coëfficiënten van de AUB- en U-methode verlaagd in AERIUS V2026. Rutger en Freek nemen je mee 'onder de motorkap': de meetcampagne, de resultaten, en de uitwerking op de praktijk De co-spreker van deze lezing is Rutger Bijl (Topsector Logistiek).
Gerrit Jan Dijkgraaf (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
IenW gaat de milieueffecten van een landelijk kader voor spoortrillingen onderzoeken in een plan-mer. In deze presentatie komen de alternatieven voor een landelijk kader aan bod, en de te onderzoeken milieueffecten. Ook is er uitleg over het vervolg van de procedure en de plaats van de plan-mer in het geheel van de beleidsontwikkeling.
Niels Cools (Gemeente Den Haag (Maar op persoonlijke titel))
HULP GEVRAAGD? Wil je meediscussiëren kom dan naar deze sessie? Hoe kunnen we kopers van nieuwbouwwoningen meer bewust maken van de geluidsituatie waar zij komen te wonen? Hoe kunnen we ruimtelijke geluidoplossingen beter van de grond krijgen? Geen idee of mening is gek of raar. Kom ook!
Haico Duin (DGMR)
De standaard geluidsregels in het Omgevingsplan zijn 50 dB(A) op 50 meter. Dit zien we op veel verschillende manieren gemodelleerd worden voor activiteiten op industrieterreinen. Van puntbronnen tot oppervlaktebronnen, van één kental tot specifiek berekende geluidreserveringen. Wat is nu een goede vertaling van de standaard geluidregels in een akoestisch rekenmodel?
Erik Koppen (Arcadis Nederland B.V. )
De Rijksoverheid kondigde in 2023 een toeslag aan voor tonaal windturbinegeluid, maar de nieuwe landelijke regels zijn nog steeds niet gepubliceerd. Lokale overheden hanteren daarom eigen regels. Deze presentatie vergelijkt internationale standaarden en lokale regels, verkent de meest waarschijnlijke landelijke regelgeving en bespreekt de mogelijke consequenties voor windparken.
Jasper Pondman (DGMR)
Geluidproductieplafonds bieden niet altijd voldoende bescherming voor de omgeving. Bijvoorbeeld de omzetting naar Lden kan meer ruimte geven dan wenselijk. Daarom zochten wij met een aantal gemeentes naar een systeem om dit te beperken. Uiteindelijk zijn plangrenswaarden gesteld aan het cumulatieve geluid bij woningen. Dit geeft meer grip op aanvaardbaarheid.
Martin van Nierop (Buro Blauw Luchtkwaliteit)
In een complexe situatie rondom gebiedsontwikkeling is een nieuwe benadering toepast voor de beoordeling van de kwaliteit van woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit en geurhinder: een cumulatief, ruimtelijk gedetailleerd risicobeoordelingsmodel. Deze nieuwe benaderingsmethode geeft inzicht in effectieve ruimtelijke inrichtingsstrategieën en mitigatiemaatregelen.
Jochem Klompmaker (RIVM)
Verschillende studies hebben een positief verband aangetoond tussen luchtverontreiniging en respiratoire sterfte. Er is minder bekend over het mogelijke effect op respiratoire aandoeningen. In deze studie is de relatie tussen langetermijn blootstelling aan luchtverontreiniging en COPD en astma incidentie onderzocht in een Nederlands cohort van ongeveer 11.5 miljoen personen.
Moniek Zuurbier (RIVM)
De Milieugezondheidsrisico-indicator (MGR) is geactualiseerd. Met de MGR kan je gezondheidseffecten van geluid en luchtverontreiniging kwantificeren. We laten zien hoe de vernieuwde MGR er uit ziet, wat je er mee kunt in beleid en projecten, verkennen uitbreidingen met nieuwe thema’s en laten ook enkele andere door het RIVM ontwikkelde tools zien.
Nederlandse Stichting Geluidshinder
Vereniging van Milieuprofessionals
Nederlands Akoestisch Genootschap
RIVM
Gemeente Rotterdam/Eurocities
Rijkswaterstaat
Ministerie IenW
Nederlandse Trillingsvereniging
GGD Fryslân
RIVM/Vereniging van Milieuprofessionals
Antea Group
ProRail
Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum
Kenniscentrum IPLO
LVVN
dBvision, voorzitter
dBvision, secretaris